Zorg voor onze psyche: heel gewoon

‘Iemand die last heeft van zijn rug laat je ook niet te zwaar tillen’

12-10-2023 – Het is heel normaal dat je verdriet meemaakt of dat je met rouw of ziekte te maken krijgt, zegt Ralph Hackmann (53), bedrijfsarts en opleider bij de NSPOH. ‘En dat neem je mee naar je werk. Dat kun je als last ervaren als werkgever. Óf je kunt medewerkers helpen door voorzieningen op te nemen in je beleid.’

Psychische problemen zijn de belangrijkste oorzaken van verzuim: depressie, overspannen, burn-out. Stress is een normaal verschijnsel, legt Ralph uit. ‘Het zorgt ervoor dat je in actie komt. Maar wanneer wordt het ziekmakende stress? En welke aanpassingen heb je nodig als je stress ervaart? Als bedrijfsarts heb je de verantwoordelijkheid om daarop te letten. Zodat je kunt voorkomen dat mensen ziek worden.’

Mentale gezondheid

Ralph pleit voor gezondheidsmaatregelen gericht op mentale gezondheid, voor elke werkgever. ‘Je zet een helm op als je een bouwplaats betreedt; een heel gewone veiligheidsmaatregel die iedereen kent. En heeft iemand last van zijn rug? Dan laat je die medewerker niet te zwaar tillen. Zorg voor onze psyche zou net zo gewoon moeten zijn. Als een medewerker rouwt of overbelast is, kan het al helpen de werkdruk te verminderen.’

Steun van collega’s

Als werkgever mag je zelfmanagement stimuleren, vindt hij. ‘Intervisie inrichten is bijvoorbeeld een mooie leertool. Werknemers gaan met elkaar in gesprek over een werksituatie, delen met elkaar wat er speelt. Je leert als collega’s van elkaar en ervaart steun. Zeggen tegen een collega dat je een mindere dag hebt, kan al helpend zijn. Het is een laagdrempelige aanpak waarbij de veerkracht direct vergroot wordt. Omdat mensen niet blijven rondlopen met werkissues. En het is veilig, omdat er geen leidinggevende bij aanwezig is.’

Teaminspanning

Bijna 25 jaar is hij nu bedrijfsarts, waarvan tien jaar ook opleider. ‘Ik geef les aan de NSPOH en begeleid specialisten in opleiding. Elke specialist in opleiding maakt een persoonlijke ontwikkeling door en ik mag daaraan bijdragen. Een mooie en dankbare rol.’

Een belangrijke vaardigheid die hij aios meegeeft, is taakdelegatie. ‘Naast bekwaam zijn als bedrijfsarts, is ons werk ook een teaminspanning. Je slaat een brug tussen de medische wetenschap en de praktijk; werkt samen met een ergonoom, verwijst door naar een arbeidsdeskundige of bijvoorbeeld een psycholoog. Als bedrijfsarts heb je aandacht voor de mens, de relatie tussen werknemer en werkgever, en voor de arbeidsomstandigheden. Het gaat om het totale plaatje en daarom hebben we elkaar hard nodig.’

Vroegtijdig op consult

Hij wilde ooit maag-darm-leverarts worden, maar kwam daar na een paar jaar van terug. ‘Mensen komen vaak in een vergevorderd stadium binnen; ik had niet het idee dat ik ze beter kon maken. Ook mijn cochap kindergeneeskunde vond ik te curatief van insteek. Als bedrijfsarts is dat compleet anders; nu kan ik juist preventief werk verrichten.’

Zijn droom voor bedrijfsgeneeskunde? ‘Dat werknemers vroegtijdig en uit eigen beweging naar mij toekomen voor een vrijblijvend consult, net zoals je naar een huisarts gaat. Ziekte wordt nog te vaak gezien als het probleem van een individuele werknemer, terwijl de werkgever juist de mogelijkheid heeft om aanpassingen door te voeren om zaken als een te hoge werkdruk en ongezonde werkomstandigheden aan te pakken. De gezondheid van medewerkers is een gedeelde verantwoordelijkheid. Wij kunnen als bedrijfsarts, samen met werkgevers én werknemers veel stress en ziekten voorkomen.’

Lees ook:

‘Buiten het ziekenhuis kan ik beter bijdragen aan het voorkomen van ziekten’

31 augustus 2023 | Extra focus op ziektepreventie is nodig voor een gezondere maatschappij. Maar onbekend maakt onbemind. Geneeskundestudent Aukje Grimm vindt daarom dat geneeskundeopleidingen het domein arbeid en gezondheid prominenter voor het voetlicht mogen brengen. ‘We kunnen al veel winnen als meer studenten coschappen buiten het ziekenhuis lopen.’

De zesdejaars student weet nog niet precies in welke richting ze zich wil specialiseren, maar wel dat haar roeping niet in het ziekenhuis ligt. ‘Buiten het ziekenhuis kan ik beter bijdragen aan het voorkomen van ziekten’, verklaart ze zelfbewust. ‘En ik kan meer mensen helpen omdat de doelgroep groter is.’ Het vakgebied arbeid & gezondheid is een van de opties die ze overweegt om verder in te groeien. ‘Mensen zijn een groot gedeelte van hun leven bezig met werk. Daar ligt dus een belangrijke basis om preventief te kunnen helpen.’

Kracht van het lichaam

De kracht van het menselijk lichaam is voor Aukje een grote fascinatie en drijfveer. ‘Ik wil mensen bewustmaken van hoe efficiënt en sterk het lijf is. Dat je er met bijvoorbeeld verstandig gedrag, gezonde voeding en voldoende sporten het uiterste uit kunt halen.’ Het domein arbeid & gezondheid biedt daarvoor veel mogelijkheden. ‘Een bedrijfsarts bijvoorbeeld kan de tijd nemen om mensen gezonder te laten leven of beter te laten bewegen. En bijdragen aan een goed werkklimaat, zodat burn-outklachten minder snel ontstaan.’

Uitdagende coschappen

Aukje pleit daarom voor een prominentere rol voor het vakgebied. Dat begint al bij de opleiding geneeskunde. ‘Uit onderzoek van de Geneeskundestudent blijkt dat er niet veel studenten coschappen binnen dit domein lopen. Er kunnen dus maar weinig studenten onderzoeken of een specialisme buiten het ziekenhuis bij hen past.’ Ook voor studenten die wel coschappen in het domein arbeid & gezondheid lopen, valt er veel te winnen. ‘Van verslagen schrijven of saai regelwerk word je geen betere dokter. Opleiders kunnen beter nadenken over wat een coschap voor alle partijen uitdagender maakt.’

Flexibele curricula

Volgens Aukje helpt het ook als universiteiten aantrekkelijker inhoud geven aan het vakgebied. ‘Bijvoorbeeld met meer korte coschappen en minder colleges over regelgeving en beleid’, denkt Aukje hardop. ‘Door het op een andere manier aan te bieden, proeven studenten beter wat het vakgebied inhoudt.’ Ook kunnen opleidingen praktische voordelen als meer tijd voor de patiënt, geen nachtdiensten en een andere werkdruk beter benadrukken. Of flexibele trajecten aanbieden. ‘Je kunt je afvragen of iemand die verzekeringsarts of bedrijfsarts wil worden, coschappen voor alle specialismen in het ziekenhuis moet lopen.’

Gezond leven is de norm

‘In de maatschappij moeten we ons gerichter focussen op hoe mensen minder snel ziek worden’, vindt Aukje. ‘Mensen zouden niet ziek mogen worden vanwege onwetendheid of geldgebrek.’ Na haar studie wil ze hier zelf aan bijdragen door in haar spreekkamer het belang van goede zorg voor het lichaam te benadrukken. Of door les te geven aan toekomstige geneeskundestudenten. Aan ambitie heeft Aukje in elk geval geen gebrek: ‘Als minister van Volksgezondheid zou ik inzetten op het algemene besef dat sporten, gezond eten en verstandig gedrag de norm is.’


Lees ook:

‘Ons vakgebied draagt bij aan een gezondere maatschappij’

8 juni 2023 | Ruim tien jaar werkte Roos Groenveld tot volle tevredenheid in een ziekenhuis. Maar toen ze zelf ziek werd, kwam ze erachter dat ze als bedrijfsarts nóg meer voor cliënten kon betekenen. ‘Vanwege mijn ziekte kreeg ik veel te maken met de bedrijfsarts’, vertelt Roos. ‘Het viel me op dat de bedrijfsarts breder keek dan alleen naar mijn ziektebeeld en beperkingen. Dat trok me aan en zo is het balletje gaan rollen.’

Sinds ze de overstap naar aios bedrijfsgeneeskunde bij ArboNed maakte, krijgt ze steeds meer inzicht in hoe privé, werk en ziekte elkaar beïnvloeden. ‘Ik bespreek met mijn cliënten hoe deze gebieden samenkomen, waar het spaak loopt en wat iemand kan veranderen. Ik zie dus niet alleen de medische klachten van een reumapatiënt of de persoon met darmproblemen, maar heb ook een coachende rol voor mijn cliënten. Ik wil samen met hen een oplossing bedenken die past bij hun persoonlijke situatie.’

Tijd voor de cliënt

Aandacht is daarbij het toverwoord. ‘Als aios bedrijfsgeneeskunde kan ik de tijd en ruimte nemen voor een cliënt. Dat geeft vertrouwen om samen te ontdekken wat iemand wél kan. Mensen veren op als ze nieuwe perspectieven zien.’ In haar spreekuren is ook aandacht voor wat iemand zelf kan bijdragen aan herstel. ‘Door bijvoorbeeld te vertellen dat roken de botgenezing vertraagt, hoop ik een zaadje te planten. Dat iemand gaat beseffen dat stoppen met roken het herstel ten goede komt.’

Medische kennis

De kracht van de bedrijfsarts zit in de combinatie van coachen en medische kennis. ‘Onze kennis over bijvoorbeeld ziektebeelden, behandeling, belastbaarheid en verbanden tussen werk en ziektes, zijn belangrijk om tot een medisch onderbouwd re-integratieadvies te komen. Wij kunnen een goede vertaalslag maken van wat de diagnose van een specialist betekent voor iemands belasting. Om vervolgens met werknemer, werkgever en andere deskundigen – bijvoorbeeld op het gebied van arbeid en organisatie, veiligheid en preventie – een passende oplossing te zoeken.’

Spreekuur voor iedereen

Roos biedt elke week open spreekuren. ‘Die zijn ook voor werknemers die niet ziek zijn, maar zich bijvoorbeeld wel zorgen maken. Ik geef hen adviezen over zaken als werk, gezond leven of mentaal sterker worden. En verwijs hen door naar gespecialiseerde instanties als dat wenselijk is.’ Ook werkgevers zijn verantwoordelijk voor de gezondheid van medewerkers, benadrukt Roos. Zo praat ze met werkgevers over hoe zij kunnen zorgen voor een gezonder werkklimaat in hun bedrijf. ‘We bespreken bijvoorbeeld de risico’s op de werkvloer, de werkverdeling en de belasting van activiteiten. Altijd met de focus om werkgerelateerd ziekzijn te voorkomen.’

Preventie op de kaart zetten

Sinds april is Roos ook bestuurslid van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- Bedrijfsgeneeskunde (NVAB). ‘Daarmee wil ik het belang van het voorkomen van beroepsziekten verder op de kaart te zetten. Mensen mogen niet ziek worden van werk. Bedrijfsartsen hebben een goed totaalbeeld van mensen, dus ons vakgebied kan veel bijdragen aan een gezondere maatschappij. En met de gebundelde kennis en het netwerk van onze leden, kan de beroepsvereniging NVAB daar een grote rol in spelen.’

Duurzaam participeren

Roos is trots dat ze als aios bedrijfsgeneeskunde mensen betrokken houdt bij de maatschappij. ‘Al kan niet iedereen volledig integreren naar betaald werk, voor de persoon zelf én onze samenleving is het van belang dat mensen wel duurzaam participeren in de maatschappij. Niet alleen vanwege de financiële aspecten, maar ook omdat werken (betaald of vrijwillig) zorgt voor vertrouwen, zekerheid, regelmaat en zingeving.’


Lees ook:

‘Geneeskundestudenten moeten wel kunnen proeven van het vak’

11 mei 2023 | Zijn inzet: minstens 1500 co-plekken voor bedrijfsartsen per jaar. Een online platform voor begeleiders van coassistenten. Én geld van de overheid om bedrijfsartsen op te leiden. Jeroen Croes (48), bedrijfsarts en opleider, docent en onderwijscoördinator bij UMC Amsterdam, schakelt op veel plekken tegelijk.

Voor jouw inspanningen in het geneeskundeonderwijs won je vorig jaar de Ramazziniprijs. Zie je jezelf als voorvechter voor het onderwijs?

‘Ik ben een voorvechter voor het vak van de bedrijfsarts, voor goede zorg voor werkenden. Onderwijs heeft daarbij een cruciale rol. Ook om een reëel beeld te geven van ons vakgebied. Bij de geneeskundestudenten vindt een verschuiving plaats; ik merk dat de vraag naar coschappen bij de bedrijfsarts toeneemt. Coassistenten willen geïnformeerd worden over het vak en de mogelijkheden binnen het domein arbeid en gezondheid. Een heel mooie ontwikkeling, natuurlijk.’

Waarom is dat denk je?

‘Stress en overbelasting veroorzaken enorme problemen; een actueel thema waar de bedrijfsarts zich in verdiept. Dat spreekt studenten aan, die kunnen ook al grote druk ervaren. Het dogma dat werken als arts in het ziekenhuis het hoogst haalbare is, zie ik langzaam verdwijnen. We gaan van een reactieve gezondheidszorg – eerst moet er een ziektebeeld zijn, dat gaan we fixen – naar meer preventie.’

Het ziektebeeld wordt niet meer geïsoleerd.

‘De bedrijfsarts kijkt naar de totale context: de werkomgeving, hoe iemand leeft en welke overtuigingen bestaan die de gezondheid en de arbeidsparticipatie beïnvloeden. Onze toekomstige artsen zullen veel meer afstemmen over de werkende patiënt. Met de huisarts, met paramedici als diëtisten en ergotherapeuten en met collega’s in het ziekenhuis. Hoeveel wij kunnen betekenen voor werkenden mag wel nog veel bekender worden.’

Je zet hoog in, met 1500 coschap-plekken per jaar.

‘Elke werkende heeft recht heeft op een goede bedrijfsarts. Nu zijn er structureel te weinig plekken. Onze geneeskundestudenten moeten een afgewogen keuze kunnen maken: huisarts of medisch specialist, klinisch of niet-klinisch werkend. Studenten moeten wel de kans hebben om een coschap te lopen bij het domein arbeid en gezondheid, om te proeven van het vak. Dat betekent dat er véél meer praktijkopleiders en coassistent-begeleiders nodig zijn.’

Je bedacht alvast een online toolbox om het begeleiden makkelijker te maken.

‘Daar werk ik hard aan, samen met mensen die invloed hebben op het veld. Met een stuurgroep en werkgroep – met alle acht medische faculteiten en de vervolgopleidingen SGBO en NSPOH, enkele medisch directeuren, het NVAB-bestuur – ontwikkelen we een online platform voor begeleiders. Daarop zijn straks mooie stageprogramma’s te vinden. Inclusief beoogde leerdoelen en inspiratie voor verdieping. Per week kan de begeleider zien wat mogelijke taken, opdrachten en leervragen zijn. Dan hoeft ie dat niet meer zelf uit te vogelen.’

Je spant je ook in voor een betere financiering van de opleiding.

‘Voor de opleiding tot bedrijfsarts is geen overheidsgeld beschikbaar, als enige van alle medisch specialistische opleidingen. Dat is natuurlijk van de zotte. Arbodiensten zijn niet altijd even happig om veel tijd en geld te investeren, omdat een opgeleide bedrijfsarts ook zo weer kan vertrekken. Om de financiering te regelen, zijn we al jaren bezig met het ministerie.’

Wonderlijk, als je kijkt naar de kosten van uitval.

‘Die zijn torenhoog: in 2022 meer dan 18 miljard euro. Dat zijn de uitkeringskosten door de ziektewet en bij arbeidsongeschiktheid samen. Met bedrijfsgeneeskunde die stevig is ingebed, vallen vele miljoenen te besparen. Door preventie en vroegtijdig ingrijpen, en door betere begeleiding naar passend werk bij chronische ziekte.’

Wat is je wens voor de zorg?

‘De zorg voor de werkende patiënt gedegen inbedden en samen inrichten. Dat het vanzelfsprekend is, voor een cardioloog, gynaecoloog en huisarts, om de werkende patiënt naar ons door te verwijzen voor zorg en begeleiding. Een optimale begeleiding en screening van wie geschikt is voor ons vak lijkt me ook zinvol. Niet iedereen is geschikt om bedrijfsarts te worden. Ook wil ik graag structurele aandacht voor het voorkomen en verminderen van stress, én voor arbeid en gezondheid tijdens de basisartsopleiding.’

Wat betekende het winnen van de Ramazziniprijs voor je?

‘Ik vond het eervol en waardevol. Dat ik deze prijs nu al heb mogen winnen, voor mijn vijftigste, dat had ik niet verwacht. Het maakt het gesprek ook makkelijker als ik aan tafel aanschuif bij beslissers. En het is een stimulans om hiermee door te gaan. Ik wil nog lang met de wetenschap rondom arbeid, gezondheid en opleiden bezig zijn.’


Lees ook:

De maatschappelijke impact van ziek-zijn

Vaak speelt er meer dan alleen de medische oorzaak’

20 april 2023 | Kristel Weerdesteijn staat als verzekeringsarts bij UWV met de voeten in de klei én is inhoudelijk verantwoordelijk voor de academie van het instituut. Ze weet als geen ander dat ziekte desastreuze gevolgen kan hebben. ‘Ziek-zijn heeft een grote maatschappelijke impact op mensen.’

Als geregistreerd verzekeringsarts is Kristel zich steeds bewuster geworden van de gevolgen van een medische aandoening voor het welzijn van mensen. ‘Mensen die niet kunnen werken, missen de basis van structuur en regelmaat in hun leven. Ze hebben minder contact met anderen en schamen zich soms omdat ze niet voor hun eigen inkomen kunnen zorgen. Als verzekeringsarts kan ik mensen helpen om weer volop in het leven en de maatschappij te staan.’

Wat je wél kan doen

Kristel wil mensen ervan bewustmaken dat ze niet alleen bezig hoeven zijn met hun ziekte en herstel. Maar dat ze juist ook kijken naar wat ze wél kunnen na een behandeling of operatie. Als voorbeeld geeft ze de leraar die thuis kwam te zitten na een nieroperatie. ‘Het advies om rustig aan te doen viel hem zwaar; hij miste de collega’s en leerlingen op school en voelde zich steeds ongelukkiger worden. Samen keken we naar zijn mogelijkheden en bleek hij in staat om een paar uur per dag zittend les te geven. Dat gaf hem veel voldoening en het droeg positief bij aan zijn herstel.’

Niet alleen medisch

Als verzekeringsarts neemt Kristel de tijd om een breder beeld van de patiënt te krijgen. ‘Wij kijken niet alleen naar het medisch probleem, maar ook naar de psychosociale omgeving van een patiënt. Vaak speelt er meer dan alleen de medische oorzaak. Als iemand bijvoorbeeld het wet- en regelsysteem van UWV niet snapt, zorgt dat voor frustratie. Dat helpt niet in het herstel. Ik neem mensen in zo’n geval eerst mee in de regelgeving of wijs ze op financiële mogelijkheden. Daarmee help je ze verder.’

Kennis van verschillende disciplines

Precies in die brede aanpak zit voor haar de kracht van de verzekeringsarts. ‘We moeten weten wat er op medisch gebied aan de hand is. Dus moet je je kennis bijhouden over nieuwe behandelingen en ziektebeelden. Nu krijgt long-covid bijvoorbeeld veel aandacht.’ Voor de verzekeringsarts komt daar de psychosociale component voor genezing en preventie bij. ‘Je moet achterhalen wat iemand met een bepaalde problematiek wel kan.’ Dat alles speelt voor de verzekeringsarts binnen een constant veranderende wet- en regelgeving. ‘We denken inmiddels anders over arbeidsbeperkingen dan tien jaar geleden. Dat bepaalt ook hoe je als verzekeringsarts moet beoordelen.’

Eigen loopbaan bepalen

De variatie aan onderwerpen binnen het domein arbeid en gezondheid biedt veel mogelijkheden om je eigen loopbaan vorm te geven. Verzekeringsartsen werken niet alleen bij UWV, maar ook bij private verzekeringsmaatschappijen. Vanwege je geneeskundige en sociaalmaatschappelijke kennis kan je op veel gebieden bijdragen aan het domein arbeid en gezondheid. ‘Je kunt je verdiepen in zaken als arbeidsongeschiktheid of preventie, promotieonderzoek doen of juist meer in de breedte de uitdaging zoeken. Zo ben ik zelf sinds enkele jaren UWV-opleider. Ik leid aiossen, aniossen, medisch secretaresses en sociaal medisch verpleegkundigen op. Dat houdt me scherp en op de hoogte van ontwikkelingen. Dat is nodig, want arbeid en gezondheid is een dynamisch vakgebied met veel verdiepingsmogelijkheden.’


Lees ook:

Veel flexibiliteit als bedrijfsarts

‘Mijn coschap bedrijfsgeneeskunde is mijn grote geluk geweest’

11 april 2023 | ‘Wat hoop je zelf? Waar ben je bang voor? Hoe was het in de goede dagen?’ Dat zijn vragen die Elise Koopman, bedrijfsarts en medisch directeur bij LEV arbo, stelt tijdens haar spreekuur. Aan degene die verzuimt, en aan de leidinggevende. ‘Ik wil weten wat er speelt, op het werk, en in iemands leven.’

De tijd die ze heeft voor gesprekken, dat vond Elise een verademing na coschappen in het ziekenhuis. ‘Mijn coschap bedrijfsgeneeskunde is mijn grote geluk geweest, zeg ik wel eens. Omdat het als bedrijfsarts mogelijk is een allround arts te zijn; heel anders dan in een ziekenhuis waar je een diagnose stelt en een patiënt weer uit beeld verdwijnt. Of een huisarts die tien minuten per patiënt heeft. Tijdens het coschap bedrijfsgeneeskunde wist ik: dit is waarom ik geneeskunde ben gaan studeren.’

Elise werkt als bedrijfsarts op locatie, onder meer bij verzekeraar Achmea. ‘Op locatie werken is een uitgangspunt van onze arbodienst. Wij willen onze klanten echt leren kennen. Voor een eerste consult nemen wij een uur. Daarvoor spreek ik graag even met de leidinggevende.’

Van het verzuim gaat meer dan een derde over psychische problematiek; ongeveer een derde over het bewegingsapparaat. ‘Bij een gebroken been is het duidelijk, een burn-out verloopt vaak minder eenduidig. Maar: werkplezier en regelruimte, voldoening en betrokkenheid spelen altijd een grote rol.’

Dagverhaal bijhouden

Tijdens het traject bepaalt Elise hoe belastbaar iemand is. ‘Een belangrijke tool daarbij is het dagverhaal. Per dag houdt iemand bij wat zijn activiteiten zijn en hoe hij zich daarna voelt. Zo maak je het activiteitenniveau inzichtelijk. En weet je wat je kunt vragen: of iemand bijvoorbeeld meer tijd nodig heeft, of dat kleine stappen wel al goed te doen zijn.’

Vertrouwen opbouwen noemt ze essentieel voor haar werk. ‘En nodig om mijn advies over belastbaarheid te laten landen. Soms speelt er van alles op de werkvloer. Dan merk ik dat een leidinggevende heel gehaast overkomt of dat er drie zieken op één afdeling zijn. Of zie ik een werknemer, die het verhaal aan mij heel helder verwoordde, dichtklappen met de leidinggevende erbij. Wil je daarover in gesprek gaan, is het nodig dat mensen je vertrouwen.’

Vragen naar angsten

Het is zonder meer helpend om de werkomgeving te betrekken. ‘Het advies moet geaccepteerd worden – ook door de leidinggevende. Die moet niet het idee krijgen dat buiten zijn zichtveld om, zich van alles afspeelt waar hij geen grip op heeft. Daarom vraag ik ook de leidinggevende altijd naar verwachtingen, naar angsten.’

De druk kan ook in de thuissituatie liggen. ‘Medewerkers die in een zorgspagaat zitten, met opgroeiende kinderen en ouders op leeftijd, zijn kwetsbaarder. Soms kan een digitaal consult ook inzicht geven: huilende kinderen, rommel op de achtergrond, laptop op de keukentafel. Dan vraag ik ook door naar de thuiswerkplek. Ook dit soort observaties spelen mee. Het is echt sociale geneeskunde, wat we doen.’

Aandacht voor werkplezier

Tijdens een traject is er altijd aandacht voor preventie en, net zo belangrijk, werkplezier. ‘Op preventie laten we ongelooflijk veel kansen liggen. Uitval kan vaker te voorkomen zijn door te signaleren dat iemand tijdelijk minder belastbaar is. Dáár zou aandacht voor moeten komen, beleidsmatig en op de werkvloer. En: mensen die blij worden van wat ze doen, is de best denkbare preventie.’

Specialiseren in een deelgebied

Elise werkt zo’n 30 uur per week. Met haar man die ook arts is, deelt ze de zorg voor hun drie jonge kinderen. ‘Als bedrijfsarts heb je veel flexibiliteit, die ruimte is heel fijn. En de ontwikkelmogelijkheden zijn bijna eindeloos. Ik zie dat veel van mijn collega’s opleider worden of zich specialiseren in een deelgebied van de sociale geneeskunde: oncologie, toxicologie of onderzoek bijvoorbeeld. Ik hou me naast mijn werkzaamheden bezig met beleid en bestuur, dat vind ik geweldig interessant.’

Beide kanten van de tafel

Tijdens haar opleiding is Elise door kanker zelf een jaar uitgevallen. ‘Ik heb aan beide kanten van de tafel gezeten. En heb gemerkt hoe belangrijk het is, dat een advies aansluit op waar je zit in het herstelproces. Professioneel ben ik denk ik rustiger geworden; voorheen wilde ik het liefst bij elk gesprek meteen het verschil maken. Nu weet ik: naar iemand luisteren en advies bieden, dat is vaak al genoeg. Gaan trekken en duwen heeft echt geen zin.’

Haar ziekte en herstel maakte haar extra dankbaar voor wat er is. ‘Ik heb gemerkt hoe waardevol het is om weer te kúnnen werken. Het is een recht waar we ons als maatschappij voor moeten blijven inzetten. Kunnen werken is geen gegeven, maar iets dat we met elkaar moeten koesteren.’


Lees ook:

Werk zorgt voor zingeving

‘Mensen worden soms ziek omdat ze geen oplossingen meer zien’

23 maart 2023 | Aios verzekeringsgeneeskunde Evelyne van Caelenberghe is zich extra bewust van hoe sterk arbeid en gezondheid met elkaar zijn verbonden sinds ze bij UWV Goes werkt. ‘Cliënten vertellen dat werken hun leven zin geeft, dat het zorgt voor structuur en sociale contacten. Werk is zoveel meer dan alleen geld verdienen.’

Het mooiste van haar vak? ‘Dat ik tijdens spreekuren echt de tijd voor mijn cliënten kan nemen’, vertelt Evelyne. ‘We praten niet alleen over beperkingen, maar vooral over wat ze nu of na hun genezing kunnen doen.’ Haar geneeskundige kennis is daarbij essentieel. ‘Als er een medische indicatie is, moet je weten wat dat voor een cliënt betekent. Je wilt achterhalen wat iemand kan zonder hem of haar te overbelasten.’

Preventie

Gesprekken met cliënten maken haar ook duidelijk hoe belangrijk preventie is. Zeker bij personen die al een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt hebben. ‘Mijn cliënten kampen vaak met problemen die niet direct met gezondheid te maken hebben. Maar schulden, relatieproblemen of mantelzorg hebben daar wel invloed op. Mensen worden soms ziek omdat ze geen oplossingen meer zien. Als we de nevenproblemen oplossen, gaan mensen zich beter voelen en melden ze zich minder snel ziek.’

Juridische kaders

Als aios verzekeringsgeneeskunde werkt Evelyne binnen de kaders van sociale wetgeving en juridische afspraken. ‘We moeten de cliënt én de maatschappij kunnen verantwoorden waarom we een traject ingaan: een uitkering indien nodig, participatie als het kan. Soms vertellen we een cliënt dat mantelzorg bijvoorbeeld wel belastend is, maar gelukkig geen ziekte. Dat helpt om iemand te laten meedenken aan oplossingen om toch mee te doen.

Teamwerk is essentieel

Evelyne werkt samen in een team met een sociaal-medisch verpleegkundige, een re-integratiebegeleider en een arbeidsdeskundige. Het team houdt intensief contact met cliënten én met elkaar. ‘Elke week bespreken binnen het team zo’n vijfentwintig personen. Bij iedere cliënt overleggen we of en hoe we de afstand tot de arbeidsmarkt kunnen verkleinen. Daarin komen de medische aspecten aan bod, maar ook aanpassingen in het werk of begeleiding die mensen nodig hebben. Bijvoorbeeld een jobcoach, sollicitatietraining, een opleiding of hulp bij financiële problemen.’

Waardering

Die persoonlijke, multidisciplinaire aanpak werpt zijn vruchten af. Voorbeelden genoeg, vertelt Evelyne. Van de 60-jarige die zich weer nuttig voelt, omdat hij na zijn ziekbed weer aan het werk kon. Tot de ongeschoolde jongen met complexe aandoeningen die ze naar passend werk begeleidde. ‘We hebben onze cliënten goed in beeld, waardoor veel mensen uitstromen naar werk. Zelfs als ze ernstig ziek zijn geweest. Gezien het aantal bedankkaartjes dat we ontvangen, waarderen zij dat ook.’

Vroegsignalering

In de opleiding, maar ook in de samenleving als geheel, moet volgens Evelyne meer aandacht komen voor preventie. Artsen in het domein arbeid en gezondheid spelen daarin een grote rol. ‘Wij zien veel mensen in de samenleving en beoordelen hun medische én sociale situatie. We kunnen problemen in een vroeg stadium signaleren en voorkomen dat mensen ziek worden. Als meer mensen participeren en hun leven zin geven, profiteren we daar met z’n allen van.’


Lees ook:

Foto: UvA

Op weg naar een gezonde maatschappij

‘Ons vakgebied is van groot belang voor de samenleving’

7 maart 2023 |Artsen in het domein arbeid en gezondheid spelen een cruciale rol in het streven naar een gezonde samenleving. Dankzij arbeidsgerichte netwerkzorg en focus op de mens kunnen mensen weer echt participeren in de maatschappij. Daarom is het zaak dat we met samenwerking, lobby en wetenschappelijk onderzoek het vakgebied prominenter op de kaart krijgen, stelt bijzonder hoogleraar sociale verzekeringsgeneeskunde Sylvia van der Burg-Vermeulen.

‘Op de arbeidsmarkt staan tegenwoordig veel vacatures open, terwijl er ook veel mensen aan de kant staan. Artsen in het domein arbeid en gezondheid kunnen ervoor zorgen dat veel meer mensen aan het werk gaan én blijven. Wij moeten het voortouw nemen om over de muren van het sociale domein en het zorgdomein heen te kijken.’

Ruimte claimen

De sociale omgeving heeft grote impact op de gezondheid van mensen, vertelt Sylvia. ‘Gebrek aan bestaanszekerheid – inkomen, huisvesting, een sociaal netwerk of vangnet – is funest voor de gezondheid van mensen. Als artsen in het domein arbeid en gezondheid ruimte claimen om deze randvoorwaarden te regelen, zorgen we dat mensen sneller weer werkfit zijn. Dus niet alleen het gesprek voeren of het medische rapport schrijven. Maar ook het contact leggen om voorzieningen van de gemeente of schuldhulpverlening in gang te zetten. Of bij ongeletterdheid de tijd nemen om uit te leggen hoe het zorgsysteem is geregeld.’

Centrale rol van arts

Artsen in het domein arbeid en gezondheid zijn de centrale schakel van een geoliede machine. ‘Het gaat om het leveren van netwerkzorg’, licht Sylvia toe. ‘Verpleegkundigen, arbeidsdeskundigen, huisartsen, maatschappelijk werkers, revalidatiespecialisten, gemeentelijke bijstandsteams; zorg- en sociale hulpverleners moeten samenwerken om de patiënt te helpen. Omdat wij de hele mens in de spreekkamer zien en horen, zetten wij de lijnen van het team uit.’

Trots op het vak

Volgens Sylvia is het tijd dat er meer waardering komt voor het vakgebied. ‘Het aantal kwetsbare mensen in onze maatschappij groeit. Gezond zijn en blijven krijgt steeds meer aandacht in onze maatschappij. Ons vakgebied kan hieraan veel bijdragen. Dat moeten we met trots uitdragen.’ Zelf doet Sylvia dit onder meer als bestuurslid van de KNMG artsenfederatie. ‘Voor de ontwikkeling en het imago van ons vak moeten we de krachten met elkaar en andere partijen bundelen. Dat kan in beroepsorganisaties en door te lobbyen om thema’s op de politieke agenda te krijgen.’

Domein in ontwikkeling

Wetenschappelijk onderzoek draagt bij om het vakgebied naar een hoger niveau te brengen. ‘Ik begeleid promovendi van Amsterdam UMC-UvA die onderzoeken hoe we de arbeidsgerichte zorg in sociaal én medisch domein kunnen organiseren op basis van behoeften en voorkeuren van de patiënt. Mijn ideaal is om zo netwerkzorg te verbinden met waardegedreven zorg. Kwaliteit van leven en de mens staan dan centraal in de behandeling en begeleiding.’

Diversiteit in opleiding

Geneeskundige opleidingen zouden volgens Sylvia beter voor het voetlicht kunnen brengen wat het domein arbeid en gezondheid voor de samenleving betekent. ‘In de studie moet aandacht zijn voor het hele traject, niet alleen voor de eerstelijns- en specialistische zorg. We behandelen en begeleiden mensen die een rol hebben in onze maatschappij. Ons vakgebied zorgt ervoor dat mensen weer echt kunnen functioneren en participeren.’ Volgens Sylvia is ook diversiteit en inclusie in de opleiding van belang. ‘Onze beroepsgroep moet een afspiegeling zijn van de maatschappij. We kunnen mensen beter helpen als we hun cultuur en achtergrond kennen.’

Foto: UvA

Lees ook:

Arbeid en gezondheid is overal

‘Eigenlijk zijn we allemaal ervaringsdeskundigen’

14 februari 2023 | Pim den Boon is 6e-jaars geneeskundestudent in Rotterdam en voorzitter van De Geneeskundestudent. De juiste arts op de juiste plek, dat is een van de speerpunten waar hij zich hard voor maakt. ‘Waar wij als arts straks terechtkomen, moet aansluiten bij de behoeften vanuit de maatschappij.’

Meer dan 70% van de artsen werkt niet in het ziekenhuis, maar daarbuiten. Bijvoorbeeld als huisarts, in de sociale geneeskunde of binnen het domein arbeid & gezondheid. Pim: ‘Als we echt de arts van de toekomst op willen leiden, dan moet de geneeskundeopleiding beter aan gaan sluiten bij de ontwikkelingen in de maatschappij. Het gaat dan niet alleen om een optimale selectie van geneeskundestudenten, maar ook om de kennis die je tijdens de studie op doet. Die is nu nog veel te veel gericht op ziekenhuisspecialismen. Terwijl zorg buiten het ziekenhuis en zaken als preventie steeds belangrijker worden.’

Studenten zijn nieuwsgierig

Het domein arbeid en gezondheid is op dit moment onderbelicht onder geneeskundestudenten, vertelt Pim. Maar hij ziet wel een voorzichtige positieve verschuiving. De aandacht voor extramurale vlakken binnen het curriculum groeit en studenten willen zelf ook beter en vollediger geïnformeerd worden. ‘Studenten zijn nieuwsgierig naar hun mogelijkheden. Ze kijken met een brede bril naar hun toekomstige carrière: geeft het mij voldoening? Hoe kan ik als arts bijdragen aan de veranderende zorgvraag?’

Grote betrokkenheid

Zelf maakte hij kennis met het domein tijdens het verplichte coschap van drie weken in de bedrijfsgeneeskunde. In de Haven van Rotterdam. ‘Heel interessant, ik kom daar normaal nooit. Ik besefte hier hoe hoog de betrokkenheid van veel medewerkers is. Afgekeurd voor de fysiek zware arbeid in de haven? Dan solliciteer ik op een kantoorfunctie: als ik maar bij kan blijven dragen. Dat was zo’n beetje het motto onder het personeel. Wat me ook opviel, was de ruimte voor persoonlijk contact die je als bedrijfsarts hebt. Het gaat niet alleen om de medische aandoening, maar ook om het totaalplaatje: welke sociale factoren spelen mee? Hoe ziet de leefomgeving van deze persoon eruit? En wat vindt iemand belangrijk in werk en leven? Van daaruit werk je als bedrijfsarts samen met een medewerker toe naar een duurzame oplossing.’

We zijn allemaal ervaringsdeskundigen

Wie je ook spreekt, als je vraagt naar iemands werk volgt er bijna altijd een interessant gesprek, vindt Pim. ‘Werken of juist niet kunnen werken zijn grote thema’s in het leven. Arbeid en gezondheid is ook het thema van De Geneeskundestudent: we richten ons op goede en veilige omstandigheden om te leren en werken. We gaan voor gelijke kansen voor alle geneeskundestudenten en willen dat ze regie over hun studie ervaren. Dat maakt arbeid en gezondheid extra interessant: we zijn er allemaal al onderdeel van, we zijn allemaal ervaringsdeskundigen. Studeren, werken, je sociale leven: het draait om balans. Vanuit die positie kun je het beste uit jezelf halen. Als bedrijfsarts en verzekeringsarts maak je dat mogelijk voor de hele beroepsbevolking.’

Meer rolmodellen en coschappen

Wat er nodig is om arbeid en gezondheid beter voor het voetlicht te brengen? ‘Ik zou graag meer rolmodellen voor de klas zien. Ik heb aardig wat colleges gevolgd van inspirerende ziekenhuisspecialisten en ik merk dat die ruimte veel minder wordt gegeven aan een bedrijfsarts of verzekeringsarts. En misschien nog wel belangrijker: méér coschappen in de sociale geneeskunde. Coschappen zijn de meest waardevolle contactmomenten voor geneeskundestudenten. Daar kun je als student zelf ook een actieve rol in pakken. Als je meer wilt weten over een bepaald vak of een domein: neem zelf contact op met professionals uit het vak of een instelling. Al kijk je maar een dag mee of loop je een coschap van een week: elke ervaring, elke kennismaking brengt je verder.’


Lees ook:

Workshop over het begeleiden van coassistenten

2 mei 2023 | Op 11 mei, tijdens de Bedrijfsgeneeskundige dagen in Arnhem, kun je een workshop volgen over wat het begeleiden van coassistenten precies betekent. De workshop wordt gegeven door Jeroen Croes: bedrijfsarts, opleider en docent bij UMC Amsterdam. Voor zijn inspanningen in het geneeskundeonderwijs won hij vorig jaar de Ramazzini prijs.

‘De workshop is bedoeld voor bedrijfsartsen en aios die meer willen weten over het begeleiden van coasistenten. Wat staat je te wachten? Valt het wel te combineren met je eigen werk? We geven een helder beeld hoe een week van een begeleider eruit ziet. Welke handvaten er zijn en hoe een stageprogramma eruit ziet. Daarvoor is straks ook een online toolbox beschikbaar.’

Meer coschapplekken en meer begeleiders
Jeroen zet zich in voor meer coschapsplekken binnen de arbeids- en bedrijfsgeneeskunde. ‘Studenten moeten wel de kans hebben om te proeven van het vak. Daarom zijn ook véél meer praktijkopleiders en coassistent-begeleiders nodig. Op dit congres zijn heel veel bedrijfsartsen en aios uit het land bij elkaar; beter kun je niet hebben. Het thema – Preventie en vitaliteit vanuit de arbeids- en bedrijfsgeneeskunde – is razend interessant. De bedrijfsarts kan daarin veel betekenen.’

Op 11 en 12 mei zijn de Bedrijfsgeneeskundige Dagen (BG-dagen) 2023 van de NVAB. Naast leden van de NVAB, mogen ook aios bedrijfsgeneeskunde die geen lid zijn zich aanmelden via een speciale regeling: zij mogen éénmalig gedurende de opleiding één dag gratis deelnemen. Meer informatie of aanmelden? Ga naar https://nvab-online.nl/bgdagen.

Rondje langs de velden: Groningen

‘Sociale geneeskunde wordt steeds meer verankerd in ons curriculum’

22 maart 2022 | De andere dokter maakt een ‘rondje langs de velden.’ We gaan in gesprek met onderwijscoördinatoren sociale geneeskunde van verschillende medische faculteiten verspreid over het land. In hoeverre besteden zij in hun curriculum al aandacht aan arbeid & gezondheid? En wat zijn de plannen voor de toekomst? Deze keer is het woord aan Jessie Hermans. Zij is samen met Netty Bos-Veneman onderwijscoördinator sociale geneeskunde van het Universitair Medisch Centrum Groningen, faculteit Medische Wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Met onze nieuwe e-learning-modules en het geïntegreerde extramurale coschap verankeren we sociale geneeskunde steeds beter in ons curriculum.’

Jessie: ‘In Groningen is de insteek dat we het onderwijs geïntegreerd aanbieden. We werken samen met andere medische disciplines. Zo leren studenten om vanuit verschillende invalshoeken naar de context van de patiënt, het zorgnetwerk rondom de patiënt en de aanpak van gezondheidsvraagstukken op populatieniveau te kijken. Ook de bedrijfs- en verzekeringsgeneeskunde, als onderdeel van de sociale geneeskunde, krijgt op verschillende manieren aandacht in het Groningse curriculum.’

Bachelor

‘Ieder jaar krijgt een bedrijfsarts de ruimte om colleges te verzorgen. Bijvoorbeeld over thema’s zoals burn-out en arbeidsdermatologie. Ook in de competentieleerlijn healthy ageing komt het werk van bedrijfsartsen en verzekeringsartsen aan bod: artsen Arbeid en Gezondheid doceren samen met revalidatieartsen over de gevolgen van chronische pijn voor werk en participatie van patiënten. De verankering van deze specialisaties in het bachelor curriculum breidt zich steeds verder uit. Voor het komende collegejaar ontwikkelen we bijvoorbeeld een aantal onderwijsactiviteiten in samenwerking met neurologen en psychiaters.’

E-learning modules

‘Bedrijfs- en verzekeringsgeneeskunde komen ook terug in onze nieuwe e-learning Zes stappen van gezondheid. Deze digitale leeromgeving bevat een introductiemodule en zes modules – stappen – over gezondheid. Bijvoorbeeld over de determinanten van gezondheid, de verschillende vormen van preventie en het levensloopperspectief. In iedere stap is ook aandacht voor sociale geneeskunde. Zo vertellen bedrijfsartsen in het lesmateriaal vanuit hun eigen praktijk over hun werk. We gebruiken de e-modules zowel in de bachelor- als in de masteropleiding.’

Master

‘In de master is in alle jaren op verschillende manieren aandacht voor bedrijfs- en verzekeringsgeneeskunde. In het eerste jaar volgen studenten een college over consultvoering, verzorgd door een bedrijfsarts en een jeugdarts. Ze leren aan de hand van praktijkvoorbeelden bijvoorbeeld over school- en ziekteverzuim. In het tweede jaar zijn er binnen de leerlijn Professionele ontwikkeling vier opdrachten over patiëntgerichte zorg, waarvan één over Arbeid & Gezondheid. Studenten onderzoeken hierin samen met de patiënt wat de meest optimale weg door gezondheidszorg is en welke keuzes hierbij horen. Tweedejaars volgen ook het verplichte coschap Sociale geneeskunde van vier weken. In het derde jaar kiezen studenten zelfstandig waar ze een semiarts stage gaan lopen. De keuze valt soms ook op een stage bij de bedrijfs- of verzekeringsarts.’

Geïntegreerd extramuraal coschap

‘Vanaf september 2022 starten we met het geheel nieuwe coschap Sociale geneeskunde. Het is een extramuraal coschap met Huisartsgeneeskunde en Ouderengeneeskunde. Momenteel lopen er pilots waarin coassistenten 12 weken achter elkaar stagelopen. De studenten krijgen in het coschap een completer beeld van het werk in de vakgebieden, de verbindingen ertussen en van het extramurale preventie- en zorgnetwerk. We hebben gezamenlijk een programma voor het terugkomonderwijs ontwikkeld. In iedere onderwijsbijeenkomst komt ook Arbeid & Gezondheid terug, zoals in de speciale module over werk en participatie. In de terugkomdagen leren studenten aan de hand van opdrachten reflecteren op de context van patiënten en cliënten, het preventie- en zorgnetwerk en de continuïteit van zorgen op gezondheidsvraagstukken op community-niveau.’

Stageplaatsen

‘We plaatsen ongeveer 100 coassistenten per jaar bij een bedrijfsgeneeskundige dienst of het UWV. Tijdens de coronacrisis is dat aantal flink gedaald. We hebben in Groningen ruim 400 stageplaatsen sociale geneeskunde nodig. Voor Arbeid & Gezondheid kunnen we wel 200 coassistenten plaatsen. We streven ernaar dit aantal te realiseren, zodat meer studenten kennismaken met het werk van bedrijfs- en verzekeringsartsen. Wij willen organisaties binnen de Arbeid & Gezondheid waar mogelijk ondersteunen om dit aantal stageplaatsen mogelijk te maken.’


Sociale geneeskunde Rijksuniversiteit Groningen in het kort:

  • In de bachelor fase geven bedrijfsartsen een aantal colleges en dragen zij bij aan verplichte leerstof.
  • Alle studenten hebben toegang tot de e-learning Zes stappen van gezondheidinclusief bijdragen van bedrijfsartsen en verzekeringsartsen.
  • Masterstudenten volgen het college ‘consultvoering’ verzorgd door een bedrijfsarts en een jeugdarts en het verplichte coschap sociale geneeskunde van 4 weken.
  • Vanaf september 2022 wordt aan alle coassistenten een extramuraal coschap van 12 weken aangeboden. Hier wordt leren op de werkvloer bij Huisartsgeneeskunde, Oudergeneeskunde en Sociale geneeskunde gecombineerd met gezamenlijk en geïntegreerd onderwijs.
  • Er zijn nog flink wat extra stageplaatsen nodig. Het UMCG kan circa 200 studenten per jaar introduceren met het werk van bedrijfsarts of verzekeringsarts in de praktijk.

Website: Faculteit Medische Wetenschappen Rijksuniversiteit Groningen


Waarom aandacht voor sociale geneeskunde – waar verzekerings- en bedrijfsgeneeskunde onder valt – belangrijk is? Omdat meer dan de helft van alle huidige geneeskundestudenten straks aan het werk gaat buiten de muren van het ziekenhuis. Ondertussen gaat de meeste aandacht binnen het onderwijs van medische faculteiten uit naar ziekenhuisspecialismen. Uit recent onderzoek van De Geneeskundestudent blijkt dat 57% van de geneeskundestudenten vindt dat beroepen uit de publieke gezondheidszorg onvoldoende aantrekkelijk worden gemaakt binnen de opleiding. We maken een rondje langs de medische faculteiten om erachter te komen hoe zij bezig zijn of gaan om specialismen in de extramurale zorg beter voor het voetlicht te brengen bij geneeskundestudenten.


Lees ook:

Rondje langs de velden: Erasmus MC

‘Meer aandacht voor de arts van de toekomst’

16 februari 2022 | De andere dokter maakt een ‘rondje langs de velden.’ We gaan in gesprek met onderwijscoördinatoren sociale geneeskunde van verschillende medische faculteiten verspreid over het land. In hoeverre besteden zij in hun curriculum al aandacht aan arbeid & gezondheid? En wat zijn de plannen voor de toekomst? Deze keer is het woord aan Suzie Otto, wetenschappelijk docent en onderzoeker bij het Erasmus MC in Rotterdam. ‘De arts van de toekomst krijgt steeds meer aandacht.’

Sinds 2018 heeft het Erasmus MC een nieuwe onderwijsvisie ontwikkeld: de Erasmusarts 2030. Met het oog op een snel veranderende maatschappij wil de universiteit meer aandacht voor de arts van de toekomst in het curriculum, vertelt wetenschappelijk docent en onderzoeker Suzie Otto. ‘Studenten leren bijvoorbeeld steeds meer om goed samen te werken en over de grenzen van het eigen vak problemen te analyseren. Ze moeten in staat zijn om professionele verantwoordelijkheid te nemen voor preventie van ziekte op individueel niveau. En patiënten met meerdere gezondheidsproblemen kunnen ondersteunen bij hun participatie in de samenleving. Zo leren onze studenten in het nieuwe onderwijs rekening te houden met onder andere diversiteit in doelgroepen, de sociale- en culturele context van een patiënt en de gezondheidsvaardigheden van mensen. Dat zijn competenties die ook nodig zijn voor een ‘future proof’ arts sociale geneeskunde. De ontwikkeling van de nieuwe visie ‘Erasmusarts 2030’ is nog in volle gang. Masterstudenten krijgen hierdoor ook meer les over sociale geneeskunde.’

Bachelor
‘Binnen de medische faculteit van het Erasmus MC wordt op dit moment vooral in de master aandacht besteed aan sociale geneeskunde. In de bachelor is minder aandacht voor sociale geneeskunde, ook in vergelijking met andere specialisaties. Bachelorstudenten leren wel over sociale geneeskunde in zelfstudieopdrachten en het community projectonderwijs. Zo is een van de studieopdrachten in het tweede jaar gericht op het werk van een bedrijfsarts. In het derde jaar komen thema’s binnen de sociale geneeskunde ook terug in het lesmateriaal. Dit jaar hebben we bijvoorbeeld jeugdgezondheidszorg in colleges behandeld. Daarnaast verzorgen we ieder jaar een hoorcollege, waarin een bedrijfsarts verteld over het vak. Verzekeringsgeneeskunde komt vooral terug als zelfstudie van het gelijknamige hoofdstuk in het leerboek k Volksgezondheid en Gezondheidszorg. En in het community projectonderwijs, waarin jaarlijks 1 à 2 projecten worden aangeleverd vanuit het UWV.’

Master
‘Onze masterstudenten lopen in het tweede jaar de verplichte coschappen sociale geneeskunde. Voorafgaand volgen de studenten het onderwijsblok waarin alle specialisaties van sociale geneeskunde aan bod komen. Tijdens dit onderwijsblok verzorgen onder andere bedrijfs- en verzekeringsartsen e-modules, colleges en verplicht vaardigheidsonderwijs over verzuimbegeleiding, beroepsziekten, verzekeringsgeneeskunde en socialeverzekeringswetgeving. Voor de coronapandemie koos ongeveer een derde van de studenten voor de coschappen Arbeid & Gezondheid, die in totaal drie weken duren. Met de opdracht ‘Patiënt volgen’ krijgen onze studenten al tijdens de klinische coschapfase een inkijkje in de gevolgen van een ziekte voor een werkende patiënt en de schakels van het zorgsysteem die patiënten moeten doorlopen. Ook leren ze in verplicht vaardigheidsonderwijs in het eerste jaar, verzorgd door bedrijfsartsen, persoonlijke en omgevingsfactoren die het verloop van de klinische fase van de opleiding positief of negatief kunnen bepalen voor hen.’


Sociale geneeskunde bij Erasmus MC Rotterdam n in het kort:

  • De competenties van de arts van de toekomst – de Erasmusarts 2030 – worden steeds meer in het curriculum aangeboden. Dit zijn ook competenties die aansluiten bij het profiel van sociale geneeskunde. Bijvoorbeeld samenwerken en discipline-overstijgend problemen analyseren.
  • Op dit moment is er in de bachelor nog weinig aandacht voor sociale geneeskunde, in de master juist meer.
  • Bachelorstudenten leren met name over sociale geneeskunde in zelfstudieopdrachten en speciale colleges verzorgd door artsen uit het veld.
  • Alle masterstudenten lopen verplichte coschappen sociale geneeskunde. Voor de coronapandemie koos circa een derde van de studenten voor de coschappen Arbeid & Gezondheid. Deze coschappen duren drie weken.

Website: Faculteit der Geneeskunde Erasmus MC Rotterdam


Waarom aandacht voor sociale geneeskunde – waar verzekerings- en bedrijfsgeneeskunde onder valt – belangrijk is? Omdat meer dan de helft van alle huidige geneeskundestudenten straks aan het werk gaat buiten de muren van het ziekenhuis. Ondertussen gaat de meeste aandacht binnen het onderwijs van medische faculteiten uit naar ziekenhuisspecialismen. Uit recent onderzoek van De Geneeskundestudent blijkt dat 57% van de geneeskundestudenten vindt dat beroepen uit de publieke gezondheidszorg onvoldoende aantrekkelijk worden gemaakt binnen de opleiding. We maken een rondje langs de medische faculteiten om erachter te komen hoe zij bezig zijn of gaan om specialismen in de extramurale zorg beter voor het voetlicht te brengen bij geneeskundestudenten.


Lees ook:

Rondje langs de velden: Maastricht

‘We beginnen massa te krijgen’

28 januari 2022 | De andere dokter maakt een ‘rondje langs de velden.’ We gaan in gesprek met onderwijscoördinatoren sociale geneeskunde van verschillende medische faculteiten verspreid over het land. In hoeverre besteden zij in hun curriculum al aandacht aan arbeid & gezondheid? En wat zijn de plannen voor de toekomst? Deze keer is het woord aan Miriam Janssen, onderwijscoördinator sociale geneeskunde van Maastricht University en lid van de onderwijsgroep IOSG Sociale Geneeskunde.

De afgelopen jaren is er bij Maastricht University een mooie basis gelegd voor een vruchtbare toekomst voor de sociale geneeskunde, vertelt onderwijscoördinator Miriam Janssen. ‘Met de benoeming van een hoogleraar Arbeid & Gezondheid heeft het onderwijs op dit terrein een flinke boost gekregen. Ook is er vanuit de faculteit aan de vakgroep Sociale Geneeskunde extra formatie beschikbaar gesteld voor (artsen) maatschappij + gezondheid en arbeid & gezondheid. Op deze manier krijgt de sociale geneeskunde meer massa, waardoor er gebouwd kan worden aan een stevig fundament binnen de faculteit.’

Geïntegreerd coschap voor alle geneeskundestudenten

In de bachelor van de geneeskundeopleiding in Maastricht komt arbeid & gezondheid op dit moment alleen aan bod in een algemeen college over bedrijfsgeneeskunde en verzekeringsgeneeskunde in het tweede jaar, vertelt Miriam. ‘Meer aandacht is er in de master waar alle 360 geneeskundestudenten – 310 Regulier en 50 Arts Klinisch Onderzoeker – een 12-weeks geïntegreerd coschap Huisartsengeneeskunde en Sociale Geneeskunde volgen. Circa een derde tot een kwart van hen loopt daarvoor een 4-weeks werkplekstage in de bedrijfs- of verzekeringsgeneeskunde.’

Vernieuwingen

Momenteel wordt gewerkt aan een nieuwe bachelor en een herziene master. ‘In de nieuwe bachelor krijgt preventie een belangrijke plaats, wat meer ruimte biedt voor sociale geneeskunde. Twee docenten van de vakgroep Sociale Geneeskunde hebben een belangrijke rol in de ontwikkeling van de nieuwe bachelor. In de vernieuwde master komt meer dan nu de nadruk te liggen op de competentie maatschappelijk handelen. Streven is ook om het aantal keuzestages, wetenschapsstages en gezondheidszorgpraktijkstages op het gebied van sociale geneeskunde, onder andere in het werkveld arbeid & gezondheid, aanzienlijk te vergroten.’

Arbeidsgerichte zorg

De herziening van de masteropleiding geneeskunde biedt ook kans voor meer integratie tussen ziekenhuisspecialismen en de sociale- en huisartsengeneeskunde binnen de coschappen. Op het gebied van arbeid & gezondheid kun je bijvoorbeeld denken aan arbeidsgerichte zorg door medisch specialisten, legt Miriam uit. ‘Binnen het Maastricht Universitair Medisch Centrum wordt hiermee al geëxperimenteerd binnen reumatologie, maag-darm-leverziekten, orthopedie, hematologie en oncologie. Met intervisie, van afwisselend een bedrijfs- en verzekeringsarts als expert, wordt kennis gedeeld over arbeid & gezondheid met de professionals in het ziekenhuis. En als de medisch specialist en zijn of haar gespecialiseerd verpleegkundige er niet uitkomen, kan worden doorverwezen naar de Participatiepoli. Deze poli is gericht op complexe problematiek waarbij arbeid een rol speelt. Maar door de toenemende aandacht voor het dagelijks functioneren en het werkende leven van patiënten in de reguliere zorg, blijkt doorverwijzing vaak niet eens nodig. Een mooie ontwikkeling die ook past bij de landelijke ontwikkeling. Waarbij arbeidsparticipatie steeds vaker als behandeluitkomst in medische richtlijnen wordt opgenomen.’

Positief

De integrale benadering en samenwerkingen, maar ook extra praktijkstages en keuzestages binnen het domein, bieden steeds meer gelegenheid voor geneeskundestudenten om kennis te maken met de specialismen binnen arbeid en gezondheid. Maastricht University doet mooie investeringen op het gebied van sociale geneeskunde binnen het curriculum, besluit Miriam. ‘Ik kijk met een positief gevoel naar de toekomst.‘


Sociale geneeskunde bij Maastricht University in het kort:

  • Een derde tot een kwart van alle geneeskundestudenten van Maastricht University loopt coschappen in de bedrijfs- of verzekeringsgeneeskunde.
  • De aandacht voor sociale geneeskunde binnen de faculteit en binnen het curriculum groeit.
  • Afgelopen jaren is extra formatie vrijgemaakt voor sociale geneeskunde, voor (artsen) maatschappij + gezondheid en arbeid & gezondheid.
  • Er is een nieuwe bachelor in voorbereiding; twee docenten van de vakgroep sociale geneeskunde zijn hier nauw bij betrokken.
  • Ook wordt een herziene master voorbereid, met meer nadruk op de competentie maatschappelijk handelen.
  • Streven is om het aantal keuzestages, wetenschapsstages en gezondheidszorgpraktijkstages op het gebied van sociale geneeskundeaanzienlijk te vergroten
  • Er wordt gestreefd naar toenemende integratie van ziekenhuisspecialismen en de sociale- en huisartsengeneeskunde binnen de coschappen. Voorbeelden uit de praktijk: arbeidsgerichte zorg in het ziekenhuis, inclusief een participatiepoli.

Website: Maastricht University – Faculty of Health, Medicine & Life Sciences


Waarom aandacht voor sociale geneeskunde – waar verzekerings- en bedrijfsgeneeskunde onder valt – belangrijk is? Omdat meer dan de helft van alle huidige geneeskundestudenten straks aan het werk gaat buiten de muren van het ziekenhuis. Ondertussen gaat de meeste aandacht binnen het onderwijs van medische faculteiten uit naar ziekenhuisspecialismen. Uit recent onderzoek van De Geneeskundestudent blijkt dat 57% van de geneeskundestudenten vindt dat beroepen uit de publieke gezondheidszorg onvoldoende aantrekkelijk worden gemaakt binnen de opleiding. We maken een rondje langs de medische faculteiten om erachter te komen hoe zij bezig zijn of gaan om specialismen in de extramurale zorg beter voor het voetlicht te brengen bij geneeskundestudenten.


Lees ook:

Rondje langs de velden: VU Amsterdam

‘Meer vraag naar sociale geneeskunde onder studenten’

25 januari 2022 | De andere dokter maakt een ‘rondje langs de velden.’ We gaan in gesprek met onderwijscoördinatoren sociale geneeskunde van verschillende medische faculteiten verspreid over het land. In hoeverre besteden zij in hun curriculum al aandacht aan arbeid & gezondheid? En wat zijn de plannen voor de toekomst? Deze keer is het woord aan Marc Soethout, onderwijscoördinator sociale geneeskunde van VU Amsterdam en voorzitter van de onderwijsgroep IOSG Sociale Geneeskunde. ‘Geneeskundestudenten geven zelf ook aan dat ze meer willen weten over de mogelijkheden binnen sociale geneeskunde.’

Marc Soethout: ‘Sociale geneeskunde is het derde specialisme van Nederland en het is een breed vakgebied met veel mogelijkheden. Dat is interessant, maar het maakt ook dat studenten niet goed weten wat het inhoudt. Ze horen er nu ook steeds meer over in het nieuws, door corona. Dat maakt studenten nieuwsgierig, ze willen er meer van weten. Met het oog op het Raamplan Artsenopleiding, de maatschappelijke ontwikkelingen én het feit dat het overgrote deel van alle geneeskundestudenten straks buiten het ziekenhuis aan het werk gaat, is de tijd meer dan rijp voor extra aandacht in het curriculum én meer co-plekken in de beroepspraktijk.’

Betrokken bij het primaire proces

Op dit moment krijgen alle ruim 350 bachelorstudenten geneeskunde van VU Amsterdam een cursus Leefstijl, gezondheidzorg en bewegingsapparaat aangeboden, vertelt Marc. ‘We besteden hierin uitgebreid aandacht aan arbeid & gezondheid en het beroep van de bedrijfsarts en de verzekeringsarts. In de vorm van colleges en studieopdrachten. En aan het eind van de master volgen alle studenten een verplicht coschap sociale geneeskunde van twee weken. Circa een derde van de studenten kiest hierbij voor de praktijkstage binnen het domein Arbeid en Gezondheid en ongeveer twee derde van de studenten gaat voor het domein Maatschappij + Gezondheid. Het is de kortste periode in Nederland, maar we kunnen hierdoor wel het hele coschap vormgeven bínnen de sociale geneeskundige beroepspraktijk. En dat is lang niet overal het geval.

Bijna elke medische faculteit in Nederland heeft gelukkig wel een coschap sociale geneeskunde, maar met het grote tekort aan co-plekken lukt het niet om alle studenten een praktijkstage aan te bieden binnen de sociale geneeskunde. Ook zijn co’s vaak nog onvoldoende betrokken bij het primaire proces. En dat is wel wenselijk, om studenten een reëel én aantrekkelijk inkijkje te bieden in de wereld van arbeid & gezondheid.’

 Leerboek Volksgezondheid en Gezondheidszorg

‘Ook goed om te benoemen is dat afgelopen jaar een geheel herzien leerboek Volksgezondheid en Gezondheidszorg is verschenen. Met diverse praktijkvelden van de sociale geneeskunde en aparte hoofdstukken over bedrijfsgeneeskunde en verzekeringsgeneeskunde. Ook is uitgebreid aandacht voor het belang van arbocuratieve samenwerking. Het leerboek is voor alle bachelorstudenten bij de VU Amsterdam vaste leerstof en wordt verder door alle geneeskundeopleidingen in Nederland gebruikt.’

Curriculum gaat in transitie

Ondertussen bereidt VU zich voor op een transitie van het curriculum. ‘VU wil het curriculum met name meer extramuraal vormgeven. Dat biedt dus extra kansen en mogelijkheden voor sociale geneeskunde. Ook komt binnen het curriculum extra aandacht voor de integratie van sociale geneeskunde met klinische vakgebieden. Zo is er een pilot met jeugdgezondheidszorg, waarbij we kijken of we de jeugdgezondheidszorg al eerder in de master onder de aandacht kunnen brengen bij studenten. Door tijdens het coschap kindergeneeskunde en verloskunde een stage jeugdgezondheidszorg aan te bieden. Zoiets kan ik me ook heel goed voorstellen voor arbeid & gezondheid. Bijvoorbeeld in combinatie met neurologie of psychiatrie.’  


Sociale geneeskunde bij VU Amsterdam in het kort:

  • De vraag vanuit studenten naar voorlichting & informatie over sociale geneeskunde groeit.
  • Alle bachelor studenten volgen de cursus leefstijl gezondheidzorg en bewegingsapparaat waarin sociale geneeskunde uitgebreid aan de orde komt.
  • Alle masterstudenten volgen een verplicht coschap sociale geneeskunde van twee weken, 1/3e kiest voor de praktijkstage binnen het domein Arbeid en Gezondheid.
  • Coschap krijgt volledig vorm binnen de sociaal geneeskundige beroepspraktijk.
  • Het herziene leerboek Volksgezondheid en Gezondheidszorg met aandacht voor arbeid & gezondheid is voor alle bachelor studenten vaste leerstof.
  • Het curriculum gaat in transitie. Het krijgt met name meer extramuraal vorm, wat extra kansen biedt voor sociale geneeskunde.
  • Knelpunt voor kennismaking met het vak van bedrijfsarts of verzekeringsarts in het algemeen is het beperkte aantal coschapplekken in de geneeskundige beroepspraktijk.

Website: Faculteit der Geneeskunde Vrije Universiteit Amsterdam    


Waarom aandacht voor sociale geneeskunde – waar verzekerings- en bedrijfsgeneeskunde onder valt – belangrijk is? Omdat meer dan de helft van alle huidige geneeskundestudenten straks aan het werk gaat buiten de muren van het ziekenhuis. Ondertussen gaat de meeste aandacht binnen het onderwijs van medische faculteiten uit naar ziekenhuisspecialismen. Uit recent onderzoek van De Geneeskundestudent blijkt dat 57% van de geneeskundestudenten vindt dat beroepen uit de publieke gezondheidszorg onvoldoende aantrekkelijk worden gemaakt binnen de opleiding. We maken een rondje langs de medische faculteiten om erachter te komen hoe zij bezig zijn of gaan om specialismen in de extramurale zorg beter voor het voetlicht te brengen bij geneeskundestudenten.


Lees ook:

Raamplan artsenopleiding

Elk umc biedt een bachelor- en masteropleiding tot basisarts. De inhoud en de algemene eindtermen waaraan de opleiding moet voldoen, zijn beschreven in het door de NFU opgestelde Raamplan Artsopleiding. Op basis van het raamplan kunnen de acht geneeskundeopleidingen hun curriculum zelf vormgeven. In mei 2020 werd het nieuwste raamplan gepubliceerd: Raamplan Artsopleiding 2020.

De arts van de toekomst

De vraag die in het huidige raamplan centraal staat: ‘Wat zijn de belangrijkste competenties die de arts anno 2025 moet hebben?’ In het raamplan zijn preventie, het voorkomen van onnodige zorg en het belang van een persoonsgerichte benadering belangrijke thema’s. Ook het zien van de burger en patiënt als partner en als onderdeel van het onderwijs staan benoemd.

Loopbaan buiten het ziekenhuis

Zo’n 70% van de artsen werkt niet in het ziekenhuis, maar daarbuiten, als huisarts, in de sociale geneeskunde of preventieve gezondheidszorg. Daarom gaat dit raamplan ook uitgebreid in op carrièreperspectieven buiten de medisch-specialistische zorg. Want de artsen buiten het ziekenhuis worden steeds belangrijker bij het beantwoorden van de zorgvragen uit de samenleving, gezien de uitdagingen waar de maatschappij voor staat.

Ga naar het Raamplan artsopleiding 2020

 

We stellen aan je voor: Manuela en Linda

Binnenkort verschijnt onze nieuwe podcast: Leefstijl, preventie en de rol van de arts. Te gast deze keer zijn dr. Manuela de Klaver – bedrijfsarts – en dr. Linda Battes – verzekeringsarts. We stellen ze alvast aan je voor en vroegen hen naar het prille begin. Want weinig jonge geneeskundestudenten denken “Verzekeringsarts, dát wil ik later worden”. Hetzelfde geldt voor de bedrijfsarts. Wat waren de ambities van Linda en Manuela tijdens hun geneeskundestudie en hoe zijn ze in het vak terecht gekomen?

Eyeopener

Manuela: ‘Als geneeskundestudent had ik mijn pijlen gericht op de anesthesie, waar ik ook in gepromoveerd ben. Ik ging aan het werk in de kliniek, maar zat daar niet helemaal op mijn plek. Dat had onder meer te maken met de hectiek en de hiërarchie. Ik maakte de overstap naar sociale geneeskunde en kwam via mijn functie als medisch adviseur in aanraking met het beoordelen van belastbaarheid van mensen in de bijstand. Dat was voor mij een eyeopener: hier wil ik meer van weten. Van belastbaarheid en arbeid, en de impact die het heeft op iemands leven.’

Positieve gezondheid

Nu werkt Manuela als bedrijfsarts bij HumanCapitalCare. Positieve gezondheid loopt als een rode draad door haar werk. ‘Gezondheid omvat meer dan de fysieke en mentale aspecten, als bedrijfsarts kijk ik naar dat totaalplaatje. Ik hou me niet alleen bezig het begeleiden van werknemers in hun re-integratieproces, maar vooral ook met de vraag hoe we werknemers kunnen helpen om gezond, gemotiveerd en competent te blijven werken. Dat gun ik namelijk iedereen en vanuit mijn rol kan ik daar veel in betekenen’

Diepgang

Linda had tijdens haar studie de ambitie om cardioloog te worden en is daar ook in gepromoveerd. ‘Eenmaal op de afdeling, ik draaide de poli en werkte op de IC, zag ik veel dezelfde soort klachten. Maar er was weinig tijd om naar de patiënten zelf te kijken. Dat vond ik jammer, ik wilde meer weten van de persoon die voor me zat. Ik nam contact op met een verzekeringsarts die ik nog kende uit een coschap en ben bij UWV langsgegaan; daar vond ik de diepgang die ik miste.’

Invloed van stress

Inmiddels werkt Linda als verzekeringsarts bij UWV. Ook schreef ze een boek over stress en leefstijl en is ze nieuwsgierig naar de uiteenlopende leefwerelden van haar cliënten. ‘Gelukkig is er binnen de geneeskunde naast medische factoren ook steeds meer aandacht voor andere zaken. Zoals stress en hoe dat de fysieke en mentale gezondheid beïnvloedt. Met die kennis, bovenop je medische kennis en ervaring, kun je als arts in het domein arbeid en gezondheid mensen extra goed helpen.’

Achter de schermen…

Achter de schermen bereiden we weer een paar mooie podcasts voor. Zo gaan we in gesprek met Jeffrey Schaap, aios bedrijfsgeneeskunde bij Zorg van de Zaak, die met schroom bekent dat hij eerst hard moest lachen toen iemand hem adviseerde om bedrijfsgeneeskunde als nieuwe vakrichting te verkennen.

En we spreken Jean-Michel Sijyeniyo, werkzaam als anios verzekeringsgeneeskunde bij UWV. Binnenkort start hij met zijn opleiding tot verzekeringsarts. Een van zijn grootste drijfveren? Taboes doorbreken.

Beide artsen delen hun ervaringen, van geneeskundestudent tot de arts (in opleiding) die ze nu zijn. Binnenkort meer!

De andere dokter is een initiatief van NVVG, NVAB, OVAL, Kwaliteit op Maat, UWV, NSPOH, SGBO, IOSG en DeGeneeskundestudent. Mede mogelijk gemaakt door het ministerie van SZW.

De andere dokter in LAD

“Arbeid en gezondheid: startpunt voor een mooie dokterscarrière”, zo kopt het artikel het LAD magazine over De andere dokter. In een interview met Gertjan Beens, voorzitter NVAB, en Kevin De Decker, vice-voorzitter NVVG, zet het LAD uiteen wat het specialisme ‘Arbeid en gezondheid’ te bieden heeft.

Bedrijfsartsen kijken volgens Gertjan Beens niet alleen naar de klachten waardoor iemand is uitgevallen, maar ook naar andere factoren. ‘Als het ergens wringt, kan het nodig zijn achterliggende problemen te bespreken. Het is mooi als nieuw inzicht soms leidt tot het zelf zetten van nieuwe stappen. Als je als dokter effect van je werk wilt zien, ben je als bedrijfsarts op de juiste plek. Je komt in aanraking met alle facetten van iemands leven. Zelf kwam ik direct na mijn studie tijdens militaire dienst met dit boeiende vak in aanraking. Zo was ik al vroeg overtuigd van een carrière als bedrijfsarts.’

Verzekeringsarts Kevin De Decker: “Bij  UWV spreek ik mensen met de meest interessante en complexe levensverhalen. Mijn analyse en beoordeling is van doorslaggevende betekenis voor iemands toekomst. Het is een generalistisch vak met zowel medische, sociale als juridische kanten, die allemaal van belang zijn voor een compleet beeld van het gezondheidsperspectief van mensen.’

Lees het hele artikel van LAD: Arbeid en gezondheid: startpunt voor een mooie dokterscarrière (PDF, LAD Magazine, juli 2021)

 

De andere dokter in Medisch Contact

De arts die ervoor zorgt dat onze maatschappij blijft werken

Medisch Contact, 10 september 2020

Meer dan ooit zien we hoe belangrijk een gezond en vitaal werkend Nederland is. Bedrijfsartsen en verzekeringsartsen dragen hier, ieder op hun eigen manier, dagelijks aan bij. Ze zorgen er  letterlijk en figuurlijk voor dat onze maatschappij blijft werken. Toch weten jonge geneeskundestudenten vaak maar weinig van deze specialismen. Dat is zonde, vinden bedrijfsartsen, verzekeringsartsen en artsen in opleiding binnen het domein arbeid en gezondheid. ‘Het is een werkveld waarin je heel veel kunt betekenen. Voor individuele mensen, maar ook voor bedrijven en voor de maatschappij.‘

Lees het hele artikel in Medisch Contact: De arts die ervoor zorgt dat onze maatschappij blijft werken

 

Wie is de andere dokter?

De dokter. “Iemand die met de daarvoor vereiste diploma’s de geneeskunde uitoefent”, zo meldt De Dikke van Dale. Tot zover niks nieuws. Maar wat weten we nu precies over de dokter? Waar denk jij aan? Een witte jas misschien? Of een ziekenhuis?

Er zijn dokters die waarschijnlijk nooit de hoofdrol zullen spelen in een ziekenhuisserie. En ze dragen geen witte jas. Maar ondertussen zorgen deze dokters er wél voor dat onze maatschappij blijft werken. Letterlijk en figuurlijk. We hebben het over geneeskundig specialisten binnen het domein Arbeid en Gezondheid: de verzekeringsarts en de bedrijfsarts.

Voor de gloednieuwe podcast ‘De andere dokter’ spreken we bevlogen specialisten binnen het domein Arbeid en Gezondheid. Wat houdt het vak precies in en wat maakt het zo mooi? Bedrijfsartsen (in opleiding) en verzekeringsartsen (in opleiding) vertellen alles over hun persoonlijke drijfveren en de liefde voor hun vak.

Luister de podcasts: